Openbare zitting van GR van maandag 21 september 2026.

 

11. Trage weg Sparrenweg 29: vaststelling dertigjarig publiek gebruik en in aanmerking nemen als gemeenteweg.

 

 

 

 

MOTIVERING

Feiten en context

Tussen Sparrenweg 29 en Achiel Cleynhenslaan 92 bevindt zich een feitelijke grondstrook die veelvuldig wordt gebruikt als doorsteek tussen Achiel Cleynhenslaan en Sparrenweg.

Het betwiste deel ligt ter hoogte van de percelen kadastraal gekend als Keerbergen, 1e afdeling, sectie D, nrs 272B (Sparrenweg 29) en 273P (Notelaarweg 13).

 

De grondstrook heeft geen statuut van voetweg, zoals vastgesteld in de Wet op Buurtwegen van 10 april 1841 en opgetekend in de Atlas der Buurtwegen, noch werd een bestuurlijke beslissing door de provincie genomen om de grondstrook te erkennen als een trage weg met publiek recht van doorgang.

Artikel 13 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen wordt daarom onderzocht als autonome grondslag voor de vaststelling van dertigjarig publiek gebruik.

 

De eigenaars van Sparrenweg 29 betwisten het publieke karakter van doorgang en hebben het op hun perceel gelegen deel afgesloten.

Het dossier bevat tevens een ontwerp van dagvaarding. Voor de definitieve agendering wordt de actuele stand van een eventuele gerechtelijke procedure geverifieerd.

 

Ten gronde

Artikel 13, § 1, van het Gemeentewegendecreet laat toe het dertigjarig publiek gebruik met enig middel van recht te bewijzen. De bewijsstukken worden daarom in onderlinge samenhang beoordeeld. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen stukken die vooral het fysieke bestaan en de continuïteit van het tracé ondersteunen en stukken die rechtstreeks betrekking hebben op het gebruik door het publiek.

 

Hierbij worden de stukken besproken:

●       Historische foto uit 1963 en verkavelings-/opmetingsplannen uit de jaren 1960: deze stukken ondersteunen dat reeds decennialang een afzonderlijke grondstrook of doorgang in de betrokken zone aanwezig was. Zij zijn vooral relevant voor het bestaan en de continuïteit van het tracé.

 

●       Het stedenbouwkundig plan voor de woning Sparrenweg 29, vermeldt ter plaatse “UITWEG” en geeft de perceelsinrichting weer. De aanduiding “uitweg”  ondersteunt dat de doorgang reeds vóór de aanvang van de thans te beoordelen dertigjarige periode fysiek bestond.

 

●       De luchtfoto’s uit 1950, 1961, 1971 en 1976 bieden bijkomende historische context en geven volgens de gemeenteraad een bestaand tracé weer.

 

●       De verklaringen vormen het voornaamste dossiermateriaal over het feitelijke gebruik. Zo wordt onder meer verklaard dat de doorgang reeds sinds 1973, sinds 1986, sinds 1989 of reeds vanaf de jaren 1960 wordt gebruikt, en dit regelmatig als voetganger en/of fietser. Meerdere verklaringen vermelden gebruik door de buurt, wandelaars, fietsers, wandelverenigingen, sportverenigingen en georganiseerde activiteiten. Andere verklaringen bevestigen een gebruik van meer dan dertig of veertig jaar. Deze verklaringen worden individueel gewaardeerd volgens eigen waarneming, beschreven periode, frequentie, aard van het gebruik en samenhang met de objectieve stukken.

 

●       Uit de e-mail van Fluvius van 20 april 2023 blijkt dat het bestaande bovengrondse net ter plaatse dateert van oktober 1997. Dit gegeven ondersteunt het gegevens van een langdurig publiek toegankelijke functie van de weg.

 

De verklaringen van buurtbewoners voldoen aan de voorwaarde van artikel 13 van het decreet houdende de gemeentewegen, welke stelt dat het publiek gebruik met alle middelen van recht mag worden bewezen.

 

In de niet-vertrouwelijke schrijven van de raadsman van de bewoners van Sparrenweg 29 van 30 oktober 2025 wordt namens de eigenaars onder meer aangevoerd dat het tracé volgens een landmeter “te paard” op de perceelsgrens ligt; dat het plan van 1992 uitsluitend de term “uitweg” gebruikt; dat de luchtfoto’s niet ondubbelzinnig zijn; dat een in 1973 ontworpen wegenis niet overeenkomstig het ontwerp werd gerealiseerd; dat de gemeente in een brief van 25 januari 1999 aan de notaris zou hebben meegedeeld dat een betrokken eigendom niet met erfdienstbaarheden van openbaar nut was bezwaard; dat vergunningen uit 2002 en 2011 geen publieke doorgang vermelden; en dat volgens de eigenaars niet is voldaan aan het criterium van doorgaand verkeer of rechtstreeks en onmiddellijk gemeentelijk beheer.

 

Deze elementen worden als tegenbewijs betrokken bij de beoordeling. De afwezigheid van een formele kwalificatie als openbare weg in oudere plannen, akten of vergunningen sluit de toepassing van artikel 13 evenwel niet uit, aangezien artikel 13 juist een regeling bevat voor grondstroken waarvan het gemeentewegkarakter kan voortvloeien uit langdurig feitelijk publiek gebruik. De aanduiding “uitweg” is juridisch niet beslissend voor het publieke of private karakter.

 

Een mededeling dat geen geregistreerde erfdienstbaarheid van openbaar nut bekend was, is niet hetzelfde als de feitelijke vaststelling dat geen publiek gebruik bestond.

 

De verwijzing van de eigenaars naar RvS 5 november 2024, nr. 261.292, wordt in haar juiste context beoordeeld. Dat arrest betreft de kwalificatie van een ontworpen wegenis in een omgevingsvergunningscontext. Artikel 13 bevat daarentegen een specifieke regeling die vertrekt van het daadwerkelijk publieke gebruik van een bestaande grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar. Voor dit dossier is bijgevolg vooral van belang of de doorgang door een onbepaalde groep gebruikers voor openbaar verkeer werd gebruikt, en niet uitsluitend door aangelanden of hun bezoekers.

 

Hoorrecht

Bij brief van 20 augustus 2026 werden de eigenaars van Sparrenweg 29 uitgenodigd om hun standpunt en eventuele relevante stukken schriftelijk mee te delen uiterlijk op 4 september 2026

Op 4 september 2026 heeft de raadsman van de eigenaars van Sparrenweg 29 binnen de meegedeelde termijn schriftelijke opmerkingen ingediend. De brief van 4 september 2026 en de daarbij gevoegde luchtfoto’s uit 1971 en 1990 worden integraal bij het administratief dossier gevoegd en zijn door de gemeenteraad bij de besluitvorming betrokken.

 

Samenvatting van de opmerkingen van de eigenaars

  1. Volgens de eigenaars heeft een beëdigd landmeter-deskundige vastgesteld dat de beweerde doorgang “te paard” ligt op de gemeenschappelijke perceelsgrens van perceel 272B (Sparrenweg 29) en perceel 273P (Notelaarweg 13).

 

  1. Zij verwijzen naar een wijzigingsplan, goedgekeurd door de bestendige deputatie op 13 april 1973, waarop een verbinding tussen de Sparrenweg en de Achiel Cleynhenslaan als “ontworpen weg” staat aangeduid. Volgens hen werd deze ontworpen wegenis niet gerealiseerd zoals op het plan getekend, onder meer omdat het getekende tracé door de huidige woning zou lopen. Zij koppelen dit aan de eigendomshistoriek uit de akte van 5 augustus 1982.

 

  1. Zij voeren aan dat de beschikbare bouw- en verkavelingsplannen geen publiek statuut van de huidige doorgang vastleggen. Het bouwplan van 1992 vermeldt enkel “UITWEG”. De bijgevoegde luchtfoto’s uit 1971 en 1990 zouden volgens hen evenmin toelaten om zonder meer een begaanbaar publiek tracé vast te stellen.

 

  1. Zij verwijzen naar een gemeentelijke brief van 25 januari 1999 aan notaris Van Campenhout waarin, naar aanleiding van de verkoop van Notelaarweg 13, zou zijn meegedeeld dat de betrokken eigendom niet bezwaard was met erfdienstbaarheden van openbaar nut.

 

  1.  Zij verwijzen naar stedenbouwkundige vergunningen van 10 oktober 2002 en 30 juni 2011. Volgens de brief van 4 september 2026 werd in 2002 voor Notelaarweg 13 een kosteloze grondafstand opgelegd ter verbreding van de Notelaarweg tot 5 m uit de as van die weg en vermelden de vergunde plannen geen publieke doorgang op het thans betwiste tracé.

 

  1. Zij voeren aan dat niet is aangetoond dat de doorgang onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente staat als bedoeld in artikel 2, 6°, van het Gemeentewegendecreet.

 

  1. Ten slotte wijzen zij erop dat achterliggende eigenaars die naar de Achiel Cleynhenslaan uitwegen volgens hen geen gelijkaardige brief ontvingen. Daaruit leiden zij af dat de thans beoogde kwalificatie volgens hen tot een doodlopend openbaar wegdeel zou leiden.

 

Beoordeling van de opmerkingen van 4 september 2026

De gemeenteraad beoordeelt deze opmerkingen samen met de reeds aanwezige objectieve stukken en verklaringen.

 

Wat de ligging op de perceelsgrens betreft, is de opmerking van de eigenaars verenigbaar met de huidige omschrijving van het dossier, dat het betwiste tracé situeert ter hoogte van de percelen 272B en 273P. De vaststelling van artikel 13 vereist dat de betrokken grondstrook voldoende bepaalbaar is. De precieze rooilijn en breedte worden pas in de daaropvolgende rooilijnprocedure vastgesteld. Deze beslissing doet daarom geen uitspraak over een ruimere bedding dan de feitelijk gebruikte strook. De gemeenteraad beperkt haar vaststelling daarom tot de feitelijk gebruikte en in het administratief dossier herkenbaar aangeduide bedding.

 

Het wijzigingsplan van 13 april 1973 en de eigendomshistoriek uit 1982 zijn geen document die een rooilijn bepalen of ligging van een openbare weg. Huidige procedure stelt vast of er al dan niet een 30-jarig publiek gebruik rust over de heden zichtbare en bestaande strook, en beslist om deze strook al dan niet in aanmerking te nemen als gemeenteweg.

 

Ook de aanduiding “UITWEG” op het bouwplan van 1992 en de afwezigheid van een formele kwalificatie in oudere bouw- of verkavelingsplannen zijn op zichzelf niet beslissend. Artikel 13 is juist een autonome regeling voor grondstroken waarvan het publieke karakter uit langdurig feitelijk gebruik kan blijken.

 

De luchtfoto’s uit 1971 en 1990 worden meegenomen bij de beoordeling, doch vormen niet het enige element om het publiek gebruik vast te stellen. De kern van het bewijs van het gebruik ligt daarom bij de verklaringen die concrete gebruiksperiodes, gebruikers en gebruiksvormen beschrijven, gelezen in samenhang met de overige stukken.

 

Het schrijven van 4 september 2026 verwijst naar een brief van 25 januari 1999 waarbij werd aangegeven dat de betrokken eigendom niet zou belast zijn met een erfdienstbaarheid van openbaar nut.

Het schrijven bevat evenwel geen afschrift van deze brief als bijlage.

In elk geval is de mededeling over het ontbreken van een erfdienstbaarheid van openbaar nut niet zonder meer gelijk aan de feitelijke vaststelling dat de grondstrook niet door het publiek werd gebruikt.

Het is door voorliggende gemeenteraadsbeslissing dat conform artikel 13 van het decreet houdende de gemeentewegen een publieke erfdienstbaarheid van doorgang wordt gevestigd.

 

Hetzelfde geldt voor de stedenbouwkundige vergunningen van 2002 en 2011 waarnaar de brief verwijst. Afschriften van deze vergunningen zijn niet als bijlage bij de brief van 4 september 2026 gevoegd. Het ontbreken van een vermelding van een publieke doorgang in een vergunning of op een vergund plan vormt op zichzelf geen uitdrukkelijke bestuurlijke beslissing over het al dan niet bestaan van een dertigjarig publiek gebruik. Voor zover de in de brief vermelde last uit 2002 betrekking heeft op een grondafstand ter verbreding of realisatie van de rooilijn van de Notelaarweg, heeft die last een ander voorwerp dan de beoordeling van de thans betwiste doorgang.

 

Het argument over artikel 2, 6°, wordt eveneens in de beoordeling betrokken. Het Gemeentewegendecreet definieert een gemeenteweg als een openbare weg onder rechtstreeks en onmiddellijk gemeentelijk beheer. Artikel 13 regelt evenwel uitdrukkelijk de hypothese van een grondstrook die gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werd gebruikt en bepaalt in § 2 dat de gemeenteraad, wanneer hij dat gebruik vaststelt, het college belast met de vrijwaring en het beheer van de weg. Het ontbreken van voorafgaand bewezen gemeentelijk beheer wordt in deze beslissing daarom noch als zelfstandig bewijs vóór, noch als zelfstandig bewijs tegen het dertigjarige publieke gebruik beschouwd. In deze fase worden de gebruiksvoorwaarden van artikel 13 en de afweging van het algemeen belang onderzocht.

 

Het feit dat andere eigenaars volgens de brief geen gelijkaardige uitnodiging tot hoorrecht ontvingen gaat buiten het belang van de eigenaars van Sparrenweg 29, en bepaalt op zichzelf niet het statuut van de voorliggende grondstrook.

 

De mededeling dat een procedure voor het Vredegerecht van het kanton Aarschot aanhangig werd gemaakt, verhindert de gemeenteraad niet om zijn bevoegdheid onder artikel 13 uit te oefenen. RvS 26 juni 2026, nr. 267.253 bevestigt dat de bestuurlijke bevoegdheid van de gemeenteraad naast de rechtsmacht van de justitiële rechter bestaat. De burgerlijke rechter behoudt zijn bevoegdheid om het bestaan van het dertigjarige publieke gebruik en de daaruit voortvloeiende burgerrechtelijke gevolgen te beoordelen.

 

Na verwerking van de brief van 4 september 2026 acht de gemeenteraad, op grond van de positieve bewijsmiddelen in het dossier (in het bijzonder de onderling samenhangende verklaringen over concrete gebruiksperiodes, gebruikers en gebruiksvormen, gelezen samen met de historische situering van de fysieke doorgang) het dertigjarige publieke gebruik bewezen.

 

De tegenargumenten en het tegenbewijs uit de brief van 4 september 2026 zijn afzonderlijk meegewogen maar wijzigen die conclusie niet.

 

Juridisch toetsingskader

Artikel 13, § 1, van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat grondstroken waarvan met enig middel van recht bewezen wordt dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werden gebruikt, in aanmerking kunnen komen als gemeenteweg. Artikel 13, § 2, bepaalt dat de gemeenteraad die dit dertigjarig publiek gebruik vaststelt, het college van burgemeester en schepenen belast met de opmaak van een rooilijnplan en met de vrijwaring en het beheer van de weg. De vaststelling heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg.

 

Het Grondwettelijk Hof heeft in arrest nr. 130/2021 van 7 oktober 2021, onder verwijzing naar Cass. 13 mei 2011, C.10.0045.N, verduidelijkt dat het vereiste gebruik gedurende dertig jaar voortdurend en onafgebroken, openbaar/openlijk en ondubbelzinnig moet zijn, door eenieder voor het openbaar verkeer, met de bedoeling de strook als zodanig te gebruiken en zonder dat het gebruik louter berust op gedogen van de eigenaar.

 

Het Grondwettelijk Hof benadrukt in hetzelfde arrest dat de gemeenteraad bij de toepassing van artikel 13 de motiveringsplicht, de redelijke termijn en het zorgvuldigheidsbeginsel moet naleven en voldoende informatie over de werkelijke toestand moet verzamelen. Hoewel artikel 13 in deze eerste fase geen formeel openbaar onderzoek oplegt, kan de raadpleging van de betrokken eigenaar vereist zijn.

 

De gemeente voldoet aan deze voorwaarde door de eigenaars van Sparrenweg 29 de mogelijkheid te geven hun opmerkingen te laten geworden in kader van het hoorrecht.

 

De Raad van State bevestigde in RvS 26 juni 2026, nr. 267.253, dat de bevoegdheid van de gemeenteraad om overeenkomstig artikel 13 het dertigjarig publiek gebruik vast te stellen naast de rechtsmacht van de justitiële rechter bestaat en dat bij deze beoordeling ook rekening kan worden gehouden met publiek gebruik van vóór de inwerkingtreding van het Gemeentewegendecreet op 1 september 2019.

 

De rechtspraak en rechtsleer onderscheiden een stapsgewijze procedure.

  1. De gemeenteraad stelt eerst het dertigjarig publiek gebruik vast en beslist, rekening houdend met de artikelen 3 en 4 van het decreet houdende de gemeentewegen, of de grondstrook in aanmerking wordt genomen als gemeenteweg;
  2. daarna wordt het college belast met de opmaak van een ontwerp van rooilijnplan;
  3. vervolgens wordt de rooilijnprocedure overeenkomstig de artikelen 16 tot en met 19 doorlopen, met voorlopige vaststelling, openbaar onderzoek en definitieve beslissing over het rooilijnplan.

Zie onder meer RvS 10 mei 2022, nr. 253.704; RvS 14 november 2023, nr. 257.874; RvS 10 februari 2025, nr. 262.304; RvS 18 juni 2025, nr. 263.637.

 

Huidige beslissing gaat over de vaststelling van een dertig jarig publiek gebruik, rekening houdend met artikel 3 en 4 van het decreet houdende de gemeentewegen. En onderzoekt of de grondstrook in aanmerking kan worden genomen als gemeenteweg.

 

De beslissing om een grondstrook in aanmerking te nemen als gemeenteweg wordt gemotiveerd vanuit het algemeen belang en de doelstellingen en principes van de artikelen 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet, waaronder de structuur, samenhang en toegankelijkheid van het gemeentelijk wegennet, de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit en de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen.

 

  1. Beoordeling van het dertigjarig publiek gebruik

Uit de historische plannen, foto’s en het bouwplan van 1992 blijkt dat de feitelijke doorgang reeds lang vóór de aanvang van de dertigjarige referteperiode aanwezig en herkenbaar was.

Deze stukken ondersteunen de continuïteit van de fysieke bedding.

Daarnaast beschrijven de verklaringen dat er een publiek gebruik is over meerdere decennia door voetgangers en fietsers.

Verschillende verklaringen plaatsen het gebruik vóór 1996 en beschrijven een voortgezet gebruik tot in 2026. De verklaringen zijn niet beperkt tot één rechtstreeks aangelande en maken onder meer melding van gebruik door buurtbewoners, wandelaars, fietsers, verenigingen en georganiseerde wandel- of sportactiviteiten. Deze elementen ondersteunen dat het gebruik niet uitsluitend betrekking had op een private uitweg ten behoeve van één of enkele erven.

De verklaringen worden evenwel niet louter op hun aantal beoordeeld. De bewijswaarde volgt uit de mate waarin zij berusten op persoonlijke waarneming, de periode en frequentie concreet omschrijven en onderling aansluiten bij de historische stukken.

Het bestaande bovengrondse openbare-verlichtingsnet sinds oktober 1997 is een bijkomende aanwijzing.

Het voorliggende dossier is voldoende coherent om vast te stellen dat de betrokken grondstrook gedurende de dertig jaar onmiddellijk voorafgaand aan dit besluit openlijk, herhaald en ondubbelzinnig door het publiek werd gebruikt als doorgang, in hoofdzaak voor voetgangers- en fietsverkeer, en dat het gebruik niet kan worden herleid tot uitsluitend sporadisch gebruik door de rechtstreeks aangelanden of hun bezoekers.

 

  1. Toetsing aan de artikelen 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet

In toepassing van de artikelen 3 en 4 van het decreet houdende de gemeentewegen wordt het in aanmerking nemen van de betrokken grondstrook als gemeenteweg in dit concrete dossier als volgt gemotiveerd.

 

1. Algemeen belang

Het algemeen belang wordt als volgt gemotiveerd:

De betrokken grondstrook vormt feitelijk een verbinding tussen de Sparrenweg en de Achiel Cleynhenslaan. Uit de verklaringen in het dossier blijkt dat de doorgang gedurende meerdere decennia niet uitsluitend door één of enkele rechtstreeks aangelanden werd gebruikt, maar ook door buurtbewoners, wandelaars, fietsers, wandelverenigingen, sportverenigingen en in het kader van georganiseerde activiteiten. Het gebruik overstijgt daardoor het louter individuele belang van één of enkele private percelen en heeft een collectieve, zowel functionele als recreatieve betekenis.

 

Het behoud en de verdere juridische verankering van deze doorsteek sluit aan bij artikel 3 van het Gemeentewegendecreet: de structuur, samenhang en toegankelijkheid van het lokale wegennet worden gevrijwaard en een fijnmazige verbinding voor zachte mobiliteit wordt behouden. De langdurige feitelijke verbindingsfunctie en het gebruik door voetgangers en fietsers ondersteunen dat het behoud van de doorgang een publiek mobiliteits- en recreatief belang dient.

 

De gemeenteraad weegt dit algemeen belang af tegen het eigendomsrecht en het belang van de betrokken eigenaars bij het gebruik en de afsluiting van hun perceel. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de betreffende doorsteek reeds meer dan 30 jaar bestaat, zodoende de impact op het eigendomsrecht als beperkt kan worden aanzien.

 

2. Verkeersveiligheid

De verkeersveiligheid wordt als volgt gemotiveerd:

Uit het dossier blijkt dat de doorgang in hoofdzaak wordt gebruikt door voetgangers en fietsers. Het behoud van een herkenbare en continue niet-gemotoriseerde verbinding tussen de Sparrenweg en de Achiel Cleynhenslaan sluit aan bij de doelstelling van artikel 3 om op lokaal niveau een veilig wegennet uit te bouwen en de zachte mobiliteit te ondersteunen.

 

De gemeenteraad baseert de beoordeling op de bewezen functie van de strook als voet- en fietsverbinding en op de bestaande fysieke inrichting. De aanwezigheid van openbare verlichting sinds oktober 1997 vormt daarbij een bijkomend infrastructureel gegeven.

 

3. Ontsluiting van de aangrenzende percelen

De ontsluiting van de aangrenzende percelen wordt als volgt gemotiveerd:

Het betrokken tracé bevindt zich ter hoogte van de percelen 272B (Sparrenweg 29) en 273P (Notelaarweg 13). Het in aanmerking nemen van de grondstrook als gemeenteweg heeft niet tot doel de bestaande toegang tot deze percelen weg te nemen of hun normale ontsluiting onmogelijk te maken. In het voorliggende dossier werd geen concreet stuk aangetroffen waaruit blijkt dat het behoud van de publieke doorgang binnen de historisch gebruikte bedding de ontsluiting van een aangrenzend perceel onmogelijk maakt.

Het stedenbouwkundig plan van 1992 vermeldt ter plaatse “UITWEG”. Zoals hoger gemotiveerd, bepaalt die vermelding op zichzelf niet of het tracé publiek of privaat is, maar zij bevestigt wel dat de fysieke doorgang reeds bestond.

 

4. Gemeentegrensoverschrijdend perspectief

Het gemeentegrensoverschrijdend perspectief wordt als volgt gemotiveerd:

De voorliggende grondstrook verbindt de Sparrenweg en de Achiel Cleynhenslaan en de rechtstreeks betrokken percelen zijn in het dossier kadastraal gesitueerd te Keerbergen. De betreffende weg overschrijdt niet rechtstreeks een gemeentegrens en heeft evenmin een concrete impact op het wegennet van een aangrenzende gemeente.

 

5. Actuele functie, toekomstige generaties en afweging van maatschappelijke behoeften

De actuele functie en de behoeften van toekomstige generaties worden als volgt gemotiveerd:

De actuele functie van de grondstrook blijkt uit het dossier in hoofdzaak te bestaan uit een doorgang voor voetgangers en fietsers, met zowel functioneel gebruik door buurtbewoners als recreatief gebruik door wandelaars, fietsers, verenigingen en georganiseerde activiteiten. De verklaringen situeren die functie over meerdere decennia en beschrijven een voortgezet gebruik tot op heden.

 

Het behouden van een bestaande fijnmazige verbinding voor niet-gemotoriseerd verkeer sluit aan bij de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit die artikel 3 uitdrukkelijk vooropstelt. Het volledig verdwijnen van een langdurig gebruikte verbinding zou de samenhang van het lokale netwerk verminderen, terwijl het behoud ervan de mogelijkheid openhoudt om ook voor toekomstige generaties een lokale voet- en fietsverbinding te vrijwaren.

 

Tegelijk worden de verschillende maatschappelijke en ruimtelijke belangen tegen elkaar afgewogen. Aan de ene zijde staan de belangen van zachte mobiliteit, recreatief en functioneel gebruik en netwerkcontinuïteit; aan de andere zijde staan het eigendomsrecht, de woonfunctie en de belangen van de betrokken eigenaars.

 

Tussenkomst raadslid Van Engeland en raadslid Gabriels.

 

Advies

Vaststellen van dertigjarig publiek gebruik van de grondstrook tussen Sparrenweg 29 en Achiel Cleynhenslaan 92.

Bestendigen van de trage weg als gemeenteweg door het doorlopen van de procedure tot opmaak rooilijnplan.

 

Juridische grond

Gemeentewegendecreet, in bijzonder artikelen 2,3,4,10,11, 13 en 16 tot en met 19.

Decreet lokaal bestuur in bjizonder artikel 40 §1.

Wet van 29 juli 1991 - motivering van bestuurshandelingen.

 

BESLUIT

Met algemene stemmen.

 

Artikel 1.

De gemeenteraad stelt, met toepassing van artikel 13, § 2, van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en op grond van de in de motivering gezamenlijk beoordeelde bewijsmiddelen, vast dat de feitelijke grondstrook die de Sparrenweg met de Achiel Cleynhenslaan verbindt ter hoogte van de percelen Keerbergen, 1e afdeling, sectie D, nrs. 272B en 273P, gedurende de dertig jaar onmiddellijk voorafgaand aan dit besluit door het publiek werd gebruikt.

 

Artikel 2.

De gemeenteraad beslist, rekening houdend met de doelstellingen en principes van de artikelen 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet en om de in de motivering vermelde redenen van algemeen belang, deze grondstrook in aanmerking te nemen als gemeenteweg.

 

Artikel 3.

Overeenkomstig artikel 13, § 2, tweede lid, van het Gemeentewegendecreet heeft de vaststelling in artikel 1 van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg.

 

Artikel 4.

De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen, overeenkomstig artikel 13, § 2, eerste lid, met de opmaak van een ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan.

 

Artikel 5.

De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de vrijwaring en het beheer van de publieke doorgang overeenkomstig de instrumenten en handhavingsbevoegdheden van het Gemeentewegendecreet.

 

Artikel 6.

Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de eigenaars van de rechtstreeks betrokken percelen. Het administratief dossier bij dit besluit bevat de in de motivering vermelde bewijsstukken, de stukken en opmerkingen van de eigenaars en de verwerking van het hoorrecht.

 

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.