Magali Leys Rocco Van Hove An Wauters Ilse De Smedt Maria Verreth Dominick Vansevenant Wouter Boncquet Ann Schevenels Maikel Iliaens Olivier (Loulou) Dockier Sabine Van Hoof Benno Daemen Maarten Gabriels Peter Verlinden Grace Tan Robert Saviolo Wied Stroobants Luc De boeck Greet Van Camp Frédéric Erens Kris Van Engeland Marc Stevens Jens Eggers Leen Van Dun Magali Leys Rocco Van Hove An Wauters Ilse De Smedt Maria Verreth Dominick Vansevenant Wouter Boncquet Ann Schevenels Maikel Iliaens Olivier (Loulou) Dockier Sabine Van Hoof Benno Daemen Maarten Gabriels Peter Verlinden Grace Tan Robert Saviolo Wied Stroobants Greet Van Camp Frédéric Erens Kris Van Engeland Marc Stevens Jens Eggers Leen Van Dun Benno Daemen Ilse De Smedt Robert Saviolo An Wauters Olivier (Loulou) Dockier Wouter Boncquet Peter Verlinden Rocco Van Hove Leen Van Dun Ann Schevenels Maikel Iliaens Jens Eggers Greet Van Camp Maria Verreth Marc Stevens Maarten Gabriels Kris Van Engeland Sabine Van Hoof Frédéric Erens Grace Tan Dominick Vansevenant Magali Leys Wied Stroobants aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 11 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Openbare zitting van RMW van maandag 27 april 2026.
2. Aanpassing rechtspositieregeling lokaal bestuur Keerbergen
MOTIVERING
Feiten en context
Het lokaal bestuur Keerbergen wenst zijn rechtspositieregeling aan te passen naar aanleiding van het ‘nieuwe BVR RPR’ (= het besluit van de Vlaamse regering van 20/01/2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen), dat de lokale besturen meer autonomie geeft, maar mogelijks ook de concurrentie tussen de lokale besturen zal aanwakkeren.
Hiervoor werd maximaal ingezet op het nog flexibeler maken van de aanwervings- en selectieprocedure en een aangepast systeem van opvolging en feedback. Voor deze laatste bepalingen dienen we echter wel rekening te houden met de uitspraak van de Raad van State bij arrest nr 265.866 waarbij het uitvoeringsbesluit bij het ontslagdecreet grotendeels werd vernietigd waardoor we beperkt zijn inzake aanpassing van de termijnen bij de evaluaties.
Daarnaast werden ook alle wettelijke wijzigingen sinds de laatst goedgekeurde RPR doorgevoerd (o.m. bij overdracht en terbeschikkingstelling van personeel, opvangverlof, pleegzorgverlof en pleegouderverlof, omstandigheidsverlof, verlof om dwingende redenen (waaronder ook 5 dagen zorgverlof), flexibele werkregeling voor zorgdoeleinden, vernietiging ontslagdecreet).
Ook het recent goedgekeurde 5de wijzigingsbesluit aan het BVR RPR werd ingevoerd (met o.m. een uitbreiding van personen die gerekend worden onder ‘personen met een handicap’, de verplichting om genderneutrale aanwervings- en selectieprocedures te voeren en gezinsverloven die standaard meetellen voor de eindejaarstoelage en de opbouw van ziektekrediet).
De verplichte verhoging van de salarisschalen van de dienstenchequemedewerkers op niveau D werd ingevoerd met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025.
De wijziging m.b.t. IFIC is vrij beperkt, aangezien Keerbergen louter voorafnames heeft (voor de verzorgenden en kinderbegeleiders).
Verder werd ook afgesproken om in de RPR de overname van louter wettelijke regels te beperken en eerder te verwijzen. Deze regelgeving kan eventueel via intranet en/of de gedeelde map aan de personeelsleden ter beschikking gesteld worden (voordeel: RPR blijft langer up-to-date; personeelsleden beschikken steeds over meest recente regelgeving (via intranet en/of de gedeelde map).
En tenslotte werd van de gelegenheid ook gebruik gemaakt om de RPR logischer op te bouwen (in lijn met het nieuwe BVR RPR), overbodige verwijzingen weg te laten, duidelijkere taal te gebruiken, zodat de RPR voor de personeelsleden ‘leesbaarder’ wordt (ook al blijft het een juridische tekst uiteraard).
Dit alles resulteert in een nieuwe RPR die vanaf de goedkeuring de oude RPR opheft.
Belangrijkste aanpassingen
● algemeen: het nieuwe BVR RPR bepaalt in artikel 47 de gelijkstellingen met dienstactiviteit. Het is de verdienste van het nieuwe BVR RPR dat zaken zoals de eindejaarstoelage, het vakantiegeld, het ziektekrediet, de anciënniteiten en de opbouw van de jaarlijkse vakantie rechtstreeks gelinkt worden aan artikel 47, met een aantal keuzeopties voor het bestuur. De keuzes worden overzichtelijk vertaald in de tabel als bijlage bij de RPR. Recent werd het vijfde wijzigingsbesluit gepubliceerd waar de keuzemogelijkheden voor het bestuur beperkter zijn. Zo tellen de gezinsverloven (o.a. thematische verloven en het Vlaams Zorgkrediet) in het kader van de anti-discriminatiewetgeving naar de toekomst toe verplicht mee voor bijvoorbeeld eindejaarstoelage en ziektekrediet.
● toepassingsgebied (art. 1): jobstudenten, OCMW-cliënten artikel 60 §7,… uitgesloten van RPR. Voor artikel 60 §7 en jobstudenten/monitoren wordt een aparte ‘mini-RPR’ opgesteld.
● indeling van de graden en algemene aanwervingsvoorwaarden (art. 3 en 34): belangrijkste aanpassing hier is de mogelijkheid om evenwaardige ervaring in aanmerking te nemen (te beslissen door de aanstellende overheid bij de oproep voor een functie) i.p.v. het diploma (tot op heden beperkt tot uitzonderlijke omstandigheden).
● functionele loopbanen (art. 3-9): niveau E wordt afgeschaft en niveau D (DC) voor dienstenchequemedewerkers wordt toegevoegd.
● invullen van een functie (art. 10-31) en instroom (art. 32-48) nog flexibeler maken door o.m.:
○ keuze publicatiekanalen vrij te laten (minimaal via de website vh bestuur);
○ minimumtermijnen voorzien (mogelijkheid);
○ kandidaten moeten uiterlijk op het moment van de aanstelling voldoen aan de voorwaarden;
○ samenstelling selectiecommissie nog flexibeler te maken;
○ permanente vacantverklaring mogelijk te maken (bijvoorbeeld voor moeilijk recruteerbare functies zoals begeleiders kinderopvang,…).
● belangrijkste wijzigingen doorstroom (art. 49-67) :
○ OCMW-personeelsleden kunnen standaard deelnemen aan bevorderingsprocedure/procedure interne personeelsmobiliteit bij gemeente (en omgekeerd);
○ de bevorderingsvoorwaarden worden veralgemeend (ten minste 12 maanden bestuursanciënniteit en titularis zijn van een functie van een lagere graad en maximaal 2 niveaus lager dan de in te vullen functie);
○ minimale salarisverhoging bij bevordering wordt gewaarborgd bij elke bevordering;
○ interne personeelsmobiliteit kan nu ook naar een lagere graad;
○ anciënniteitsvoorwaarde bij interne personeelsmobiliteit wordt geschrapt.
● feedback en evaluatie (art. 68-111) : er wordt een aangepast opvolgings- en evaluatiesysteem voorzien, waarin drie ‘trajecten’ aan bod komen (‘knipperlichtsysteem’):
○ feedbacktraject: informele feedback en minstens 1 formeel feedbackgesprek per jaar;
○ functioneringstraject: indien er aandachtspunten zijn, worden opgevolgd in één of meerdere functioneringsgesprekken;
○ evaluatietraject: bij ernstige tekortkomingen, met mogelijkheid tot ontslag na negatieve evaluatie (na 6 maanden);
○ voor het eerste jaar van indiensttreding wordt een afwijkende procedure voorzien.
● vorming (art. 112-130): de mogelijkheid tot het afsluiten van een scholingsbeding wordt voorzien, zowel voor statutaire als contractuele personeelsleden.
● anciënniteiten (art. 146-156):
○ alle beroepservaring wordt volledig in aanmerking genomen, zowel bij een andere overheid, als in de privésector of als zelfstandige (vroeger voor privé beperkt tot 18 jaar);
○ vereenvoudiging: graad- en niveauanciënniteit worden geschrapt en dienstanciënniteit wordt ‘bestuursanciënniteit’ (= anciënniteit opgebouwd bij het lokaal bestuur Keerbergen);
○ mogelijkheid wordt voorzien om relevante schaalanciënniteit in aanmerking te nemen;
○ mogelijkheid wordt voorzien om relevante schaalanciënniteit ook mee te nemen bij bevordering en interne personeelsmobiliteit.
● opdrachthouderschap (art. 182): geen beperking meer naar termijn.
● functieverzwaring (art. 183): er wordt een nieuwe toelage gecreëerd voor functieverzwaring (in overeenstemming met het nieuwe BVR RPR); de toelage wordt op maximaal 20% van het jaarsalaris gezet.
● waarneming hogere functie (art. 184-186) : geen beperking meer naar termijn (wel pas recht op toelage na ten minste 30 opeenvolgende kalenderdag), tenzij bij contractanten (twee jaar = arbeidsrechtelijk).
● maaltijdcheques (art. 193): bedrag van de maaltijdcheques wordt vastgesteld in een afzonderlijk raadsbesluit.
● jaarlijkse vakantiedagen (art. 210-212):
○ vakantiedagen op basis van bestuursanciënniteit (van 32 tot 35 dagen);
○ Europese richtlijn wordt ingeschreven (max. 24 dagen niet opgenomen vakantie omwille van bv. ziekte kunnen worden overgedragen en opgenomen tot 15 maanden na vakantiejaar);
○ bij uitdiensttreding of overlijden worden alle niet opgenomen vakantiedagen uitbetaald (tenzij personeelslid bewust vakantiedagen niet heeft opgenomen).
● deeltijdse hervatting na ziekte statutairen (art. 225): nieuwe regel uit BVR RPR opgenomen:
○ afwezigheid wordt beschouwd als verlof, maar salaris wordt voor dat deel beperkt tot 37,5% (met een minimumsalaris in totaal van 60%).
● disponibiliteit (art. 229-234): er blijft nog maar één vorm van disponibiliteit over: disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid; deze wordt automatisch toegekend indien een statutair personeelslid geen ziektekrediet meer heeft.
● dienstvrijstellingen (art. 254 §1): wordt uitgebreid met punt 10: deelname als onbezoldigd jurylid aan een selectieprocedure bij een ander bestuur, maximaal 3x per jaar.
● tijdelijke afwezigheid wegens overmacht (art. 255): opname van deze nieuwe verlofvorm voor statutairen (cfr. tijdelijke werkloosheid voor contractanten).
* bijlage III overzicht van de verloven en afwezigheden: opgemaakt op basis van artikel 47 nieuw BVR RPR, het vijfde wijzigingsbesluit aan het BVR RPR en de huidige regeling.
Deze aanpassingen aan de RPR werden besproken in een overleg met de werknemersorganisaties op 16 maart 2026.
Vanuit ACV werd een protocol van akkoord ingediend, vanuit ACOD werd in het protocol opgenomen dat ze niet akkoord zijn met de wijzigingen van termijnen inzake evaluatie en feedback.
Vanuit VSOA, die op de vergadering niet aanwezig waren, werd nog geen reactie ontvangen.
Advies
Goedkeuring aanpassing rechtspositieregeling.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur 22 december 2017. Besluit Vlaamse regering 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen.
BESLUIT
Stemming op naam:
Met 12 ja-stemmen (Jens Eggers, Maikel Iliaens, An Wauters, Robert Saviolo, Wouter Boncquet, Peter Verlinden, Benno Daemen, Ann Schevenels, Leen Van Dun, Rocco Van Hove, Ilse De Smedt en Olivier (Loulou) Dockier)
bij 11 onthoudingen (Dominick Vansevenant, Maarten Gabriels, Greet Van Camp, Kris Van Engeland, Marc Stevens, Grace Tan, Maria Verreth, Frédéric Erens, Sabine Van Hoof, Magali Leys en Wied Stroobants)
Enig artikel.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aangepaste rechtspositieregeling voor het lokaal bestuur Keerbergen, zoals toegevoegd in bijlage, goed.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.